Waarom de fiets altijd meegaat…..

2012-08-14-08.39.11Augustus 2012, het meer van Annecy. Om zes uur in de ochtend gaat het meegenomen wekkertje. Eigenlijk was ik al wakker. De zon moet nog van achter de bergen te voorschijn komen maar toch verraadt de grote hoeveelheid licht die door de dunne tentgordijnen dringt dat het een mooie zonnige dag gaat worden. Op de camping is alles nog in rust. Na drie kwartier “snoozen” besluit ik me uit bed te laten rollen. Gisteravond had ik nog het voornemen een flinke rit te gaan maken. Maar nu ik met blote voeten op het tentzeil sta zegt m’n lijf dat het wellicht beter is om het wat rustig aan te doen vandaag. Ik trek voor ’t laatst in deze vakantie de fietskleertjes aan en vul de bidons buiten bij de kraan. Hier en daar lopen slaperige campinggasten op en neer naar de toiletgebouwen. Net iets over zeven slalom ik tussen de slagbomen van camping l’ideal. In plaats van de voorgenomen lange rit met een grote klim wordt het dus een ritje met een klimmetje net even verder op. Naar later blijkt gaat het richting Roc des Boeufs. Dit klimmetje brengt me pal boven de camping. Ik hoop dat ik van daaruit een mooi uitzicht heb over de camping en het meer. De klim begint in Duingt, vijf kilometer verderop bij het meer van Annecy. Het is nog fris, amper 15 graden. De arm- en beenstukken zijn nog aan net als m’n windjack. Met een licht briesje in de rug rol ik over “piste de cyclable”. Vroeger de spoorverbinding tussen Annecy en Albertville en nu omgetoverd tot een prachtig fietspad. Het fietspad slingert voor een groot deel vlak langs het meer dat er bijna rimpelloos bij ligt, het is in de afgelopen nacht hersteld van alle boottochten, waterskiërs en zwemmers.IMG-20120810-00265

Na tien minuten sta ik in Duingt onderaan het klimmetje. Het asfalt van “Route d’Entrevernes” is de enige manier om met een racefiets naar het dorpje daar boven te komen. Dit betekent dat dit ook weer de route naar huis zal zijn. Zonder afstappen trek ik m’n windjack uit en de armstukken ook. De beenstukken blijven aan want ik heb geen zin om af te stappen. De klim begint redelijk venijnig. Ik merk direct dat het een verstandige keuze was om het vandaag niet te gek te maken. Immers we zullen vandaag beginnen met ons boeltje op te breken. Het is wel prettig om daarvoor nog energie over te hebben. Na de eerste paar honderd meter klimmen besef ik dat ik eigenlijk niet eens weet hoelang en hoe hoog de weg voor m’n wielen uit gaat lopen. Na een paar minuten meent m’n lijf dat ik opnieuw, net als drie dagen geleden, ben begonnen met het oprijden van de Galibier; de ademhaling raakt onder controle, de hartslag wordt stabiel en de pijn in m’n benen begint weer als vertrouwd aan te voelen. Na tien minuten draaien en keren wordt de klim iets minder steil: tandje erbij en met 15 soms 16 per uur verder. Dit deel van de klim wordt mooi afgedekt door naald- en loofbomen, zo nu en dan afgewisseld met wat afhangende steile weilanden waarop bellende koeien grazen. Langzaam nader ik het dorpje Entrevernes en moet het toch een tandje lichter om niet te forceren.  Bijna ongemerkt rijd ik de bebouwing in. Rechts van de straat, in een openstaande schuur, zijn wat mensen aan het werk. Aan de openstaande motorkappen te zien zal het de garage van het dorpje moeten zijn. Entrevernes ziet er mooi, en voor franse begrippen, keurig aangeharkt uit. Het lijkt er op dat hier veel woningen worden verhuurd voor vakanties of in gebruik zijn als tweede woning. Voor m’n gevoel zit de klim er op, echter het dorpje helemaal doorgereden zegt een bordje me dat de weg pas over vijf kilometer doodloopt. Een snelle blik op de “fiets tomtom” bevestigt deze mededeling. Sterker nog, de hoogtelijnen op schermpje geven aan dat het nog flink gaat stijgen. De eerste bidon met water zuig ik leeg. Ik zet me schrap voor de laatste vijf kilometer. Het tweede deel van de klim brengt me verder boven Entrevernes en gaat richting Roc des Boeufs. Mijn hoop op een uitzicht over de camping en het meer leeft nog steeds. Lange stukken weg afgerond door haarspeldbochten met los grind kringelen tussen de weilanden door.

"Lange stukken weg afgerond door haarspeldbochten met los grind kringelen tussen de weilanden door"
“Lange stukken weg afgerond door haarspeldbochten met los grind kringelen tussen de weilanden door”

In de verte klinkt gebrom. Naarmate de klim vordert zwelt het geluid langzaam aan. Opeens herken ik het geluid zonder gezien te hebben waardoor het wordt veroorzaakt. Het is een vacuümpomp van een mobiel melkrek. Net zo één als vroeger door de buurman werd gebruikt. Na het afronden van weer een haarspeldbocht zie ik zes melkbussen glimmen in de zon. Een beetje blauwe rook stijgt op van de motor die de vacuümpomp aandrijft. Er staat echter geen oude groene John Deere bij het melkrek zoals de buurman vroeger had maar een zilvergrijze Citroen Berlingo. Na negen kilometer berg op moet het einde van de klim nu toch naderen. De weg begint weer meer te draaien en wordt opnieuw afgedekt door grote bomen. De zon schijnt precies in de laatste haarspeldbocht waardoor het een feestje is om er doorheen te sturen. De klim vlakt nu snel af. Links voor me zijn een aantal kleine tentjes opgezet en rechts staat een houten vakantiehuis. Het is hier doodstil. Een klein stukje voor me loopt een jong stel met twee kleine kinderen. Ze lijken te schrikken van het geluid dat m’n banden maken in het grind dat op het asfalt ligt. Ik passeer de wandelende familie en wanneer ik de weg afkijk zie ik dat het asfalt langzaam verandert in een smaller wordend gravel paadje. Een blik op het schermpje leert dat een mountainbike de klim nog had kunnen verlengen. Ik vind het prima zo. Het gehoopte uitzicht over het meer en de camping is er niet. Onder in de vallei zie ik de daken glimmen van Lathuile maar het zou ook een glimp van het meer kunnen zijn. De zon die precies over de bergtoppen schijnt maakt het onmogelijk om hier zeker van te zijn. Nog even genieten van de omgeving terwijl de armstukken en het windjack weer aan gaan. De fiets staat in omgekeerde richting. “Groot voor, klein achter”. Alles wat eerst in traagheid voorbij trok gaat nu in een razend tempo voorbij. Het asfalt de bomen en de weilanden trekken een lang lint van groene en grijze strepen. Het gebrom van de melkmachine is slechts een flard dat over het weiland nog net mijn gehoor weet te bereiken. Ik laat me verder naar beneden vallen. Pas nu is het losse grind in de bochten opvallend hinderlijk en het tempert mijn drang nog meer snelheid te maken. Entrevernes lijkt opeens niet meer dan een paar huizen op en rij. Een drempel en een overstekende hond zorgen ervoor dat ik me aan de voorgeschreven snelheid van 40 per uur houd. Een auto nadert in de verte, beide houden we de binnenbocht, ik terecht, zij niet. Gelukkig merkt ze het op tijd op. Opeens knijp ik stevig in de remmen. Een prachtig uitzicht over het meer is hiervan de oorzaak. Op de klim naar boven is het me niet opgevallen. 2012-08-14-08.39.11

Snel een foto en verder. Voor het laatste deel van de afdaling is niet meer dan twee minuten nodig. Onderaan Route des Entrevernes staat een wielrenner, hij lijkt te twijfelen. We passeren elkaar en bekijken elkaars kuiten. Hij besluit ook de klim naar boven te maken. In de verte kruist “Piste cyclable” de weg. Hier moet ik weer rechts. Voordat ik verder rijd ontdoe ik me van de arm- en beenstukken en het windjack. Ik eet m’n meegenomen banaan. In de verte nadert een  man welke ik gistermorgen ook heb zien zwoegen. Hij heeft een Indisch uiterlijk en weegt veel kilo’s. Hij rijdt op een citybike. Hijgend steekt hij een hand op wanneer hij passeert. Terug richting de camping zie ik dat de rimpels in het water weer terug zijn, een nieuwe dag is begonnen. Voor het laatst draai ik wat onhandig tussen de slagbomen van de camping door. De camping is wakker, voor de tent is de tafel gedekt. Een nieuwe dag kan beginnen . Morgen weer naar huis, terug naar de achterhoek’. Daar is het ook prachtig fietsen.

 

Geef een reactie